Trui@art-niva.be

Geo De Bruycker - interview

Interview met Geo De Bruycker naar aanleiding van de tentoonstelling  3 x kijken


1. Je gebruikt ook zink en lood als materiaal. Dat zijn materialen die we niet dagelijks door kunstenaars zien gebruiken. Kan je ons iet meer vertellen over deze materialen en ons een hint geven wat zo specifiek is bij het gebruik ervan.


Het is me bij de afbraak van een bouwwerk uit de jaren dertig opgevallen hoe zink en lood, verweerd door jarenlange erosie een poëtisch karakter vertoonde. Zo zag ik hoe de weersomstandigheden hun sporen nalaten en als het ware het zink en lood beschilderen met kalk- en roestafzetting of hoe het loodwit een geaderde tekening nalaat op het materiaal. Niet alleen de tekenen van verval en aftakeling hebben me beroerd, maar ook de grijze kleur die beide materialen door blootstelling aan de lucht bekomen. Deze natuurlijke oxydatiekleur houdt een zekere verstilling een bepaalde gelatenheid na.


Omdat de erosie van belang is bij deze materialen zoek ik lood en zink van ongeveer 80 jaar oud. Vervolgens ga ik deze materialen openvouwen, reinigen, versnijden en bepaalde stukken onder een pers vlak maken. De materialen moeten bij deze bewerkingen hun tekeningen behouden. Het is een vrij artisanale aangelegenheid.


Afhankelijk van het concept ga ik soms het zink of lood bedrukken met schriftuur. De volgende stap is het assembleren. Hierbij wordt vooral gelet op een goede compositie, een strakke geometrische vorm en een kleureenheid. Lood is een materiaal dat zich gemakkelijk laat leiden, laat vervormen. Daarentegen is het zink stroever, brosser en zijn allerlei toestellen vereist om het te bewerken, zoals een snijmachine en een plooibank.


INSPIRATIEBRON EN WERK


2. Wat heeft er u toe aangezet om figuratief werken te verlaten en over te gaan tot abstract werk?


Elke kunstenaar streeft aanvankelijk naar een goede waarneming en een getrouwe weergave ervan. Na jarenlang oefenen kan je uiteindelijk een model, een portret, een stilleven of een landschap op de canvas of op papier keurig weergeven. Eenmaal deze vaardigheid verworven is, is de ‘fun’ van het doen ervan verdwenen. Elk schilderij, elke tekening steunt dan louter op artisanale vaardigheid.


Op dit moment stelt zich de vraag: ‘Ga ik me verder bekwamen in het virtuoos weergeven van de werkelijkheid of ga ik even op onderzoek wat in mij leeft?’. De eerste oplossing van het zichzelf verder ambachtelijk bekwamen in de tekenen of schilderkunst is voor iedereen gemakkelijk te begrijpen. Als kunstenaar krijg je hier ook de meeste bevestiging van buitenaf.


Artistiek is dit een belangrijk keerpunt, waarbij ikzelf gekozen heb voor de zelfexploratie. Hierdoor verover je vrijheid op jezelf, kunst is trouwens vrijheid veroveren op jezelf. Door deze keuze ben je ook minder afhankelijk van de buitenwereld. Door voortdurend op reis te gaan tussen mijn twee oren beleef ik meer plezier aan het tekenen en schilderen en grafiek. Het laat meer handelingsvrijheid toe.


Maar in deze vrijheid kom je meer jezelf tegen. Omzeggens heb je geen enkel uitgangspunt, geen ankerpunt met de realiteit (model, stilleven…) om een werk op te zetten. Het is een totaal andere benadering waarbij door een actie van de kunstenaar een interactie met het doek (de drager) ontstaat. Het is op zoek gaan naar een communicatie tussen het doek en de kunstenaar. Alles kan en alles mag, alle keuzes liggen bij de kunstenaar. Abstractie is zonder twijfel moeilijker dan figuratief werken.


3. Wie of wat is uw inspiratiebron?


De muze, de Griekse godinnen van de kunsten is me totaal vreemd. Vooreerst is het een drang om iets te creëren, een scheppingsdrang die ik van jongs af aan in me meedraag. Het is een spoor nalaten, zoals wandelpad in het bos, een opschrift op een toiletdeur, waarvan je weet ‘ooit zijn hier mensen voorbij gekomen, ooit heeft iemand deze tekst in de deur gekrast’ zonder precies de personen bij naam te kennen. De namen zijn van ondergeschikt belang, het gaat erom ik ben er en ik was er.


Anderzijds is het een tocht naar verstilling, contemplatie, evenwicht vinden en behouden binnen deze veeleisende maatschappij waarin ik leef. Hierdoor functioneer ik maatschappelijk beter en of men dat nu therapeutisch noemt of niet. Het is zoals een sporter zijn agressie kanaliseert in zijn sportbeoefening. Er is daar niks mis mee. Het altijd een vorm van zelfverrijking en zelfontplooiing. Het is aftasten van eigen creatieve mogelijkheden.



4. Het valt mij op in jouw schilderwerken dat je overwegend met zwarte-, grijze- en aardtinten werkt. Heeft dat een bepaalde reden of betekenis?


Voor veel mensen staat kleur voor levensvreugde, lente, blijheid enz. Door mijn jarenlange schilderen, waarbij men telkens anders leert zien, heb ik ontdekt dat kleur, vooral sterk uitgesproken kleuren, staan voor agressie. Ik denk hier ondermeer aan het klassieke straatbeeld, waarin felle kleuren ons oproepen tot ongebreidelde consumptie.

Ik wil geen werk maken dat een evocatie is van agressie, omdat men hierdoor het gevoel van agressie cultiveert. Een vriendelijke communicatie, wat een schilderwerk is, stel ik op prijs.

Dus ging ik op zoek naar kleuren ‘toon in toon’, de aardetinten, de grijzen van het Vlaamse lucht en kleigronden, de wortels van ons bestaan. Want het klimaat en de lichtintensiteit heeft een duidelijke invloed op het kleurgebruik.


5. Hoe kan je de  algemene filosofie in je werk samenvatten?


‘Art is not to see what you want. Art is to see what you get’ slaat vooral op het kijken tijdens het productieproces van een artistiek werk.

Veel kunstenaars, vooral bij de aanvang, streven een beeld na dat zich vooraf aandient in het hoofd. Bij het maken van het beeld, refereren ze voortdurend naar het beeld dat ze zich vooraf gevormd hebben. Het is een vorm van jagen. Het beeld op het doek beantwoord nooit of zelden aan het beeld in het hoofd. Dit is de onmacht van de kunstenaar die geconfronteerd wordt met zijn beperkingen. Dit leidt tot frustraties of een zeker ongenoegen.


In de tussenfasen van wording van het beeld maken ze mooie of opmerkelijke dingen, die ze niet eens opmerken en dan ook spoedig zullen vernietigen door overschildering. Ze zien niet! Deze tijdelijke blindheid ontstaat omdat ze in de geest een beeld vooropstellen.  En kunst is precies ‘leren zien’, voortdurend stilstaan en kijken om te ontdekken. ‘Kunst is niet zien wat je wilt, kunst is zien wat je bekomt.



Geo de Bruycker